Brandveiligheid

Eisen Bouwbesluit

Beperken van de kans op brand (2.8)
Eisen aan open haard (stookplaats), schachten, rookgasafvoer en opstelplaats open verbrandingstoestel.
Schachten grenzend aan (sub)BC en > 0,015 m2 hebben minimaal 10mm binnenoppervlakte met een brandwerendheidsklasse A2. (5% niet; inspectieluik). Uitgezonderd schachten die alleen door boven elkaar gelegen toilet- en badruimten gaat. Volgens NEN-EN 13501-1.
Rookgasafvoer is brandveilig volgens NEN 6062 en de horizontale afstand tussen afvoer en een brandgevaarlijk dak (NEN 6063) is min. 15 m.
Opstelplaats open verbrandingstoestel ligt niet in toilet- en badruimte of ruimte voor het stallen van motorvoertuigen.

Beperken van de ontwikkeling van brand en rook (2.9)
Voortplanting over de constructieonderdelen; brandklasse A t/m F, A is onbrandbaar, F is buitengewoon brandbaar. Afl voor beloopbare vlakken (NEN-EN 13501-1).
Ook rookontwikkeling beperken om brandvoortplanting tegen te gaan, rookklasse s1 t/m s3 (NEN-EN 13501-1).
Voor bestaande bouw;
In oude Bouwbesluit nog brandvoortplantingsklasse 1 t/m 4 (NEN 6065), voor beloopbare vlakken T1 t/m T3 (NEN 1775).
In oude Bouwbesluit nog rookklasse 5,4 m-1 en 10 m-1 en lager (NEN 6066).
Toepassing van euroklasse ipv oude brandvoortplantingsklasse in tabel 2.80.

Hoe hoger de status van de ruimte met het oog op vluchten is, hoe zwaarder de vereiste brandklasse.
Binnen
Zijden van constructie onderdelen die grenzen aan binnenlucht voldoen aan brandklasse volgens tabel 2.66 en rookklasse s2, volgens NEN-EN 13501-1.
Een beloopbaar vlak (vloeren en trappen) grenzend aan binnenlucht voldoet aan brandklasse volgens tabel 2.66 en rookklasse s1fl volgens NEN-EN 13501-1.
Buiten
Zijden van constructie onderdelen die grenzen aan buitenlucht voldoen aan brandklasse volgens tabel 2.66 volgens NEN-EN 13501-1.
Zijden van constructie onderdelen die grenzen aan buitenlucht en hoger liggen dan 13m voldoen aan brandklasse B volgens NEN-EN 13501-1.
Zijden van constructie onderdelen die grenzen aan buitenlucht van een gebouw met een voor personen bestemde vloer hoger dan 5 m voldoet tot een hoogte van ten minste 2,5 m aan brandklasse B volgens NEN-EN 13501-1.
Een deur, raam of kozijn of daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel voldoet aan brandklasse D, volgens NEN-EN 13501-1.
Een beloopbaar vlak (vloeren en trappen) grenzend aan buitenlucht voldoet aan brandklasse volgens tabel 2.66 volgens NEN-EN 13501-1.

Ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructie onderdelen van elke afzonderlijke ruimte is de eis niet van toepassing (bedoeld om bv stopcontacten ed te kunnen maken).

De bovenzijde van een dak is niet brandgevaarlijk, volgens NEN 6063.
Dit geldt niet als een gebouw geen voor personen bestemde vloer hoger dan 5 m heeft en brandgevaarlijke delen van het dak ten minste 15 m van de perceelgrens liggen.
Of als een gebouw een GO < 50 m2 heeft.

Beperken omvang / uitbreiding brand (brandcompartimentering) (2.10)
Er wordt gebruik gemaakt van brandcompartimentering om de omvang / uitbreiding van de brand te beperken, ook kunnen hierdoor personen in een naastgelegen BC langer vluchten.

Een aantal ruimten hoeven niet in een BC te liggen;

  • toilet- of badruimte
  • liftschacht met brandklasse B en rookklasse s2
  • technische ruimte < 50 m2
  • industriefuncties met een vuurbelasting < 500 MJ/m2
  • aangrenzende gebouwen < 50 m2
  • tuinbouwkassen

Een technische ruimte > 50 m2 of met een verbrandingstoestel > 130 kW moet in een apart BC liggen.

Gebouwen worden voortaan onderverdeelt in brandcompartimenten (BC), subbrandcompartimenten (oude RC) en beschermde subbrandcompartimenten (oude subBC).
Een BC is opgedeeld in

  • een of meer subBC volgens NEN 6068
    Bij oa woonfunctie en logiesfunctie is een subBC < 500m2) en is de WBDBO min 30 minuten.
    Bij de meeste andere gebruiksfuncties is de WBD min 20 minuten (afdichting)
  • een of meer verkeersruimten waardoor een beschermde vluchtroute voert

In principe is een brandcompartiment < 1000 m2 GO (bestaand < 2000 m2). Bij grotere BC moet in principe altijd gelijkwaardigheid worden aangetoond.
Elke woning/appartement is nu een BC. Woongebouwen worden niet meer ingedeeld in brandcompartimenten welke < 1000 m2 zijn.
Bij woon- en overige gebouwen met slaapfuncties (bv logies, gezondheidszorg, kinderdagverblijf etc) worden beschermd subBC toegepast.
Er mogen meerdere gebruiksfuncties in een BC liggen waarbij dan de zwaarste eis geldt.
Dit mag niet bij een woning (een nevenfunctie zoals een garage of kantoor aan huis mag wel) en een gemeenschappelijk verblijfsgebied van woonfuncties.
Bij een bedgebied mag een BC niet groter dan 77% van het GO zodat er altijd min. 2 BC moeten zijn.

WBDBO
Weerstand tegen branduitbreiding door branddoorslag (binnendoor) en door brandoverslag (via de buitenlucht) volgens NEN 6068.
De WBDBO naar de beschermde ruimte is;

Woonfunctie
Naar een ander BC en de liftschacht van een brandweerlift
30 minuten als de hoogste vloer van gebruiksgebied < 7 m en vuurlast < 500 MJ/m2
60 minuten als de hoogste vloer van gebruiksgebied > 7 m of vuurlast > 500 MJ/m2
Naar een extra beschermde vluchtroute 30 minuten
Naar een veiligheids vluchtroute 60 minuten

(de meeste) Andere gebruiksfuncties
Naar een ander BC, extra beschermde vluchtroute en de liftschacht van een brandweerlift
30 minuten als de hoogste vloer van gebruiksgebied < 5 m
60 minuten als de hoogste vloer van gebruiksgebied > 5 m
Naar een veiligheids vluchtroute 60 minuten

WBO door afstand tussen twee vrijstaande bouwwerken wordt bereikt door een gevel een brandwerendheid > 30 minuten (bestaand 20 minuten) te geven of voldoende afstand te houden, zoveel dat de stralingsflux < 15 kW/m2 bij de gevel van het te beschermen gebouw.
Bij de perceelgrens geldt spiegelsymetrie.

Vluchtroutes (2.12)
Een vluchtroute is een route die begint in een voor personen bestemde ruimte, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt op een veilige plaats.
De (niet ingedeeld) lengte van een vluchtroute naar de uitgang van het subBC is 30 m, ingedeeld (gecorrigeerd) 20 m.
Bij bezetting < 12 m2 per persoon (niet woonfunctie) geldt 45 m on-ingedeeld.
Ten minste een vluchtroute overbrugt max. 4 m hoogteverschil en als de ruimte in het subBC > 150 m2 is dan zijn er ten minste twee uitgangen naar een vluchtroute waarbij die uitgangen min. 5 m uit elkaar liggen (niet woonfunctie).
2 vluchtroutes

Beschermde vluchtroute
De beschermde vluchtroute is een buiten een subbrandcompartiment gelegen gedeelte van een vluchtroute die uitsluitend voert door een verkeersruimte (bij woonfunctie, anders < 37 personen erop aangewezen).
Een besloten ruimte waardoor de beschermde ruimte voert heeft een loopafstand van max. 30 m on-ingedeeld, geldt niet voor trappenhuis.
De beschermde vluchtroute vervangt in veel gevallen de oude rookvrije vluchtroute.

Extra beschermde vluchtroute
De extra beschermde vluchtroute is een niet in een brandcompartiment gelegen gedeelte van een beschermde vluchtroute (bij woonfunctie, anders > 38 personen erop aangewezen).
Bij een woonfunctie mag je niet voorbij beweegbare constructieonderdelen van andere woningen vluchten, tenzij de toegangen recht tegenover elkaar liggen.
De extra beschermde vluchtroute voert niet door een trappenhuis (bij woonfunctie) tenzij;

  • er max. 6 woonfuncties aan grenzen
  • er geen vloer van de gebruiksfunctie hoger dan 6 m ligt of het totale GO woonfuncties < 800 m2 is geen vloer > 12,5 m en geen woonfunctie > 150 m2

Een besloten ruimte waardoor de beschermde ruimte voert heeft een loopafstand van max. 30 m on-ingedeeld.
Een vluchtroute in een trappenhuis > 8 m is een extra beschermde vluchtroute.
Dit begrip komt in de plaats van de oude brand- en rookvrije vluchtroute.

Veiligheidsvluchtroute
Een veiligheidsvluchtroute is dat gedeelte van een extra beschermde vluchtroute dat door een niet besloten ruimte voert en aansluitend daarop door een ruimte die uitsluitend kan worden bereikt vanuit niet besloten ruimten.
Een vluchtroute waar > 150 personen zijn aangewezen is vanaf de uitgang van het subBC een veiligheidsvluchtroute.
Het begrip veiligheidsvluchtroute komt in de plaats van het oude begrip veiligheidstrappenhuis.

Beschermde route
De beschermde route is het buiten het subbrandcompartiment waar de vluchtroute begint gelegen gedeelte van de vluchtroute.
Dit is een nieuw begrip dat alleen bij bestaande bouw wordt gebruikt

Inrichting vluchtroute
De WBDBO tussen het subBC en de vluchtroute is min. 30 minuten volgens NEN 6068.
Er kunnen eisen zijn (ministeriële regeling) aan de rookdoorgang.

2.107 4 en 5 vuurlast

Een besloten trappenhuis, waarin een hoogteverschil van meer dan 20 m wordt overbrugd, wordt in de vluchtrichting uitsluitend bereikt door een afzonderlijke beschermde vluchtroute (rooksluis) met een loopafstand van ten minste 2 m.
De toegangsdeur van de woningen mag niet rechtstreeks op de rooksluis uitkomen.
Een vluchtroute heeft een vrije doorgang van ten minste 850 mm en een hoogte van 2300 mm (niet bij trap).
Als bij een woonfunctie > 600 m2 VG op een trap is aangewezen is de trap min. 1,2 m.
Een niet besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert heeft voldoende afvoercapaciteit van warmte en rook en voldoende aanvoercapaciteit van verse lucht.

Capaciteit vluchtroute
De doorstroomcapaciteit van een vluchtroute is tenminste het aantal personen dat er op aan is gewezen.
45 personen per m breedte van de trap ( > 1 m hoogte overbrugging)
90 personen per m breedte van een ruimte
90 personen per m breedte van een doorgang met dubbele deur met max. openingshoek van < 135 graden
110 personen per m breedte van een doorgang met enkele deur met max. openingshoek van < 135 graden
135 personen per m breedte van een andere doorgang.
Er kunnen aanvullende eisen zijn (ministeriële regeling).

Hulpverlening bij brand (2.13)
Vanaf een lifttoegang van een brandweerlift is de verdieping erboven bereikbaar via een extra beschermde vluchtroute.
Een woningtoegangsdeur mag niet rechtstreeks op deze extra beschermde vluchtroute uitkomen (als deze direct grenst aan de lifttoegang).
De loopafstand vanuit een trappenhuis naar een punt in een gebruiksgebied < 75 m.
De loopafstand vanuit de lifttoegang van een brandweerlift naar een punt in een gebruiksgebied < 120 m.

Hoge gebouwen (2.14)
Gebouwen hoger dan 70 m en ondergrondse gebouwen (8 m diep) moeten eenzelfde mate van brandveiligheid hebben en zullen waar nodig extra voorzieningen moeten treffen om dat te bereiken.

Grondslag in het Bouwbesluit is dat mensen een door brand en rook bedreigde ruimte binnen een minuut moeten kunnen verlaten en dat daarbij niet langer dan 30 sec door rook wordt gevlucht.
Je loopt 1 m/s.

Veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebieden (2.16)
Geregeld bij ministeriële regeling.
Een veiligheidszone is een risicogebied aan weerszijden van een transportroute (weg, water, rail) voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij zijn risicoplafonds aangegeven.
De omvang van een veiligheidszone is afhankelijk van de aard en omvang van de gevaarlijke  stoffen.
In een veiligheidszone mogen geen kwetsbare gebouwen worden gebouwd (oa. woningen, ziekenhuizen en grote kantoren) en wordt zoveel mogelijk de bouw van beperkt kwetsbare gebouwen (oa. verspreid liggende woningen en kleine kantoren) voorkomen.

Een plasbrandaandachtsgebied is een gebied aan weerszijden van bepaalde transportroutes waarover grote hoeveelheden zeer brandbare vloeistoffen worden vervoerd.
Dit gebied is 30 m aan weerszijden van de transportroute.
Als het plasbrandaandachtsgebied buiten een veiligheidszone ligt is het mogelijk om hier te bouwen.
De aanwijzing van plasbrandaandachtsgebieden gebeurd op grond van het Besluit transportroutes externe veiligheid.